De gemeente Groningen staat voor een gigantische opgave: de komende jaren steekt ze miljoenen in de ver- en nieuwbouw van scholen. Een prachtige kans om een hoofdstuk toe te voegen aan de rijke Groninger scholenbouwtraditie die, laten we eerlijk zijn, de laatste decennia wat is weggezakt. Maar hoe doe je dat goed? Voor de manifestatie Schoolvoorbeeld organiseert GRAS drie gesprekken waarin inspirerende sprekers drie verschillende invalshoeken belichten. Het derde gesprek gaat over de invloed van de school op kansen(on)gelijkheid.
Meer dan een school
De gemeente Groningen kampt met grote verschillen tussen arm en rijk. Een kloof die kansenongelijkheid in de hand werkt. En dat zie je terug in de inrichting van de stad. De verschillen tussen Groninger wijken zijn namelijk ook groot.
Kan onderwijs ingezet worden om tot meer kansengelijkheid te komen? En wat betekent dit voor onze onderwijsgebouwen? Begint kansengelijkheid op school?
Moet de school helpen in de opvoeding of juist niet? Wat hebben de Vensterscholen ons opgeleverd? Helpen ze ons anders naar een school te kijken?
Welke rol heeft het schoolplein in de wijk? En waarom verschuiven steeds meer scholen naar de randen van de stad of wijk? Voor wie is er plek in het centrum? Gespreksleider en docent Jelte Posthumus legt al deze vragen, en meer, voor aan drie inspirerende gasten.
Om te beginnen schuift Carine Bloemhoff aan, wethouder onderwijs in de gemeente Groningen. Ook Jochen Mierau is te gast, wetenschappelijk directeur bij Lifelines, de grootste data- en biobank van Nederland. Als hoogleraar Gezondheidseconomie is hij vooral geïnteresseerd in de oorzaken van gezondheidsverschillen.
De derde gast is Sanne Visser, onderwijskundige en demograaf, gespecialiseerd in intergenerationele aspecten van ongelijkheid. Als onderzoekscoördinator is ze betrokken bij Tijd voor Toekomst, een netwerkorganisatie die middels een verrijkte schooldag werkt aan gelijke kansen voor kinderen in de provincie Groningen.