Voor het verzet was het niet moeilijk om de Duitse communicatie te saboteren door telefoonlijnen door te knippen of te snijden. De bovengrondse draden waren aan palen opgehangen en erg kwetsbaar. In de zomer van 1941 werden er op verschillende plaatsen in Nederland telefoonlijnen doorgeknipt, waarna de Duitse bezetter besloot om een Kabelwacht in te voeren. Maar niet de eigen manschappen werden daarvoor geselecteerd: de keuze viel op heel andere mensen.